OVER DE HERENGRACHT 442

Gebouwtype: Handelsgebouw/kantoor Bouwstijl: Jugendstil Bouwjaar: 1906 Architect: J.A. van Straaten jr. Opdrachtgever/eerste gebruiker: Friesch-Groningsche Hypotheekbank Monumentenstatus: Rijksmonument Korte beschrijving: Nieuwe gevel uit 1905 voor ouder huis: gebogen gevel met wapens van Friesland, Amsterdam en Groningen. Interieur: plafondschilderingen van G. de Lairesse.

Het oude huis werd in 1905 gesloopt voor nieuwbouw voor de Friesch-Groningsche Hypotheekbank. Het ontwerp van J.A. van Straaten jr. in Jugendstil kreeg gemengde kritieken, maar de gebogen gevel van groene verblendsteen en graniet met wapens van Friesland, Amsterdam en Groningen past wonderwel in de gevelwand. Dat is misschien te danken aan het feit dat de gevel een klassieke opbouw heeft bestaande uit basement, middengevel en een gevelbeëindiging, die wel wat weg heeft van een kroonlijst: de granieten rand lijkt een architraaf en fries te hebben, maar dan op een geheel moderne wijze. De middelste drie raamassen buigen in een ronde vorm naar voren en worden gedragen door het basement, vandaar dat het gebouw wel ‘het pand met de buik’ wordt genoemd. De ‘eerste steen’ links van de deur zegt: Op 5 april 1906 is deze steen gelegd door B. Dorhoutmees oud 16 jaar. Het nieuwbouwpand achter de gebogen gevel bevat een verrassing, want in de linker voorkamer op de 1ste verdieping zijn oude beschilderingen uit het in 1905 gesloopte 17de-eeuwse grachtenhuis (te zien op de tekening van Caspar Philips) aangebracht: zes doeken in een plafond waarvan de verdeling plaatsvindt door middel van balken. Het grote middenvak toont Simson omringd door twee dames. De kleinere vakken zijn eveneens gevuld met figurale voorstellingen. De beschilderingen worden toegeschreven aan Gerard de Lairesse (1640-1711). Hij was een meester in het ‘verkort’, het dusdanig schilderen van figuren in perspectief op een plafond waardoor het lijkt alsof je ze werkelijk van onder waarneemt en hij was daarmee de wegbereider voor de illusionistische plafondstukken van Jacob de Wit en anderen. In het Groot Schilderboek (1707) schrijft De Lairesse over zolderstukken en bekritiseert hij schilders die plafonds “bekladden (…) zonder eenige de minste verkortingen, min of meer alsof dezelve tegen een opstaande muur geschilderd waren.”

Bekijk een sfeerimpressie van ons kantoor